De stage is een verplicht onderdeel van het schoolprogramma. De stage bestaat uit vier onderdelen. De leerlingen beginnen in fase 2 met de interne stage op school (koffie en thee rondbrengen, boodschappen doen, was doen, onderhoudswerkzaamhedenverrichten, kopiëren, enzovoort).

Als leerlingen een goede beoordeling krijgen op de interne stage, volgt de snuffelstage (een dag per week). Ten slotte volgt de externe stage, oplopend van twee naar vier dagen.

Alle stageleerlingen krijgen een stagecoach; De stagecoach zoekt in overleg met ouders en leerling een geschikte stageplaats. Een plek die zoveel mogelijk aansluit bij de mogelijkheden en interesses van de leerlingen en de gekozen richting. De stagecoach begeleidt de leerlingen gedurende de hele stageperiode. De stages zijn een heel belangrijk middel om na de schoolperiode werk te vinden. Tijdens de stage leren leerlingen om in praktijk te brengen wat zij op school hebben geleerd. Naast vakgerichte vaardigheden gaat het bijvoorbeeld om op tijd komen, omgaan met collega’s, iemand netjes te woord staan, behulpzaam zijn en goed samenwerken. De leerlingen houden een stagewerkboek bij. Gedurende het laatste stagejaar krijgen de leerlingen geen praktijklessen meer. De stage komt dan in de plaats van de praktijklessen en is gericht op het vinden van werk.

De soorten stage bedrijven zijn erg divers. Een aantal voorbeelden: ziekenhuizen, kinderboerderijen, horecabedrijven, groenvoorziening, kinderdagverblijven, technische bedrijven, supermarkten, kledingzaken en kringloopbedrijven.

 

 

afbeelding